Lieve allemaal,
Een paar dagen geleden ben ik teruggekomen uit Israël, na een onvergetelijke en emotionele reis.
Ik was daar met een bijzondere delegatie, en we hebben een indrukwekkende week meegemaakt. We bezochten Yad Vashem, ontmoetten de vrouw van de president en hoorden verhalen over de LHBTQ+-gemeenschap in Israël. We stonden op de plek waar het Nova Festival plaatsvond, spraken met overlevenden, en konden onze tranen soms niet bedwingen bij hun aangrijpende en heldhaftige verhalen.
Ook brachten we bezoeken aan projecten van Keren Hayesod, zoals Shavim, Ramat Hadassa, Neta en het Israëlische geleidehondencentrum. Elk bezoek raakte ons diep. We sloten de reis af met een hart vol trots en liefde voor Israël en de geweldige mensen die er wonen.
Mijn vlucht terug naar Amsterdam zou op vrijdag 13 juni zijn. Ik had al uitgecheckt en liep naar de taxi, toen de eerste berichten binnenkwamen over de aanval op Iran en het sluiten van het luchtruim. En vanaf dat moment... veranderde alles.
We brachten de dagen daarna vooral door in het hotel, wachtend op sirenes. De schuilkelder was op verdieping -3, in de parkeergarage. Bij elk alarm renden we erheen, samen met oudere mensen, gezinnen met baby’s – iedereen. Wat me vooral raakte was hoe mensen elkaar hielpen, onderweg naar de schuilplek en ook daarbinnen – met een kalmerend woord, een arm om iemand heen, of gewoon samen stil zijn.
Op een nacht, om 04:30 uur, ging het alarm opnieuw af. Ik was zó moe dat ik bijna in bed bleef. Op het allerlaatste moment besloot ik toch te gaan. Even later hoorden we een oorverdovende knal. Iedereen schrok zich rot. Toen we weer naar boven gingen, bleek dat er een raket 400 meter van ons hotel was ingeslagen. Er was veel schade, en helaas ook slachtoffers.
In mijn kamer hing een zware rooklucht, meubels waren verschoven door de drukgolf. Op dat moment besefte ik pas hoe dichtbij het was geweest – als ik was blijven liggen, had ik gewond kunnen raken. Of erger.
Later liep ik naar Ben Yehuda-straat, vlak achter het hotel – precies waar de raket was gevallen. Winkels waren verwoest, ramen kapot, huizen zwartgeblakerd. Maar het meest raakten me de mensen. Een oudere man, eigenaar van een klein elektronicawinkeltje, stond in stilte spullen uit zijn winkel naar zijn auto te brengen. Zijn etalage was compleet kapot. Toen onze blikken elkaar kruisten, zag ik tranen over zijn wangen rollen. Hij veegde ze snel weg en glimlachte een verdrietige glimlach naar me. We zeiden niets. We hoefden niets te zeggen.
En zoals deze lieve man zijn er duizenden mensen. Mensen die hun inkomen zijn kwijtgeraakt. Die hun huis verloren hebben. Die hun ouders, partner of kind moeten missen.
Ik heb dit leven van sirenes, schuilkelders en hartverscheurende beelden 12 dagen lang meegemaakt. Het was zwaar, en ik voelde me emotioneel leeg. En toch – het is niets vergeleken met wat de mensen in Israël al bijna twee jaar lang meemaken.
Op een ochtend zagen we mensen met honden in het hotel. We begrepen meteen: geëvacueerden. Hun huizen waren verwoest door raketten, en nu moesten ze ergens anders verblijven. Eén van hen was hoogzwanger, negen maanden. In plaats van thuis rustig het kamertje voor de baby af te maken, rende ze midden in de nacht naar verdieping -3 om te schuilen.
Vorige week ben ik eindelijk thuisgekomen, na een reis van 40 uur. En ondanks alles, heb ik er geen seconde spijt van dat ik gegaan ben. Wat ik gezien heb, was bijzonder. De kracht van de mensen daar. Hoe ze elkaar steunen. Hoe ze proberen positief te blijven, grappen in de schuilkelder maken en dromen van een betere toekomst, ondanks alles. Hoe veerkrachtig ze zijn. En hoe ingewikkeld en intens het leven in Israël is.
Inmiddels is er een staakt-het-vuren bereikt, en ik hoop en bid dat het rustig blijft.
Dank jullie wel – voor jullie steun, jullie betrokkenheid, en voor het verschil dat jullie maken voor de mensen in Israël.
Shabbat shalom en hartelijke groet,
Adi
Dekel