Vandaag is het 292 oktober

Deze website maakt
gebruik van cookies

bekijk onze algemene voorwaarden

Column Harry Polak

Tot zijn pensionering in 2012 was Harry Polak (1947) als kwaliteitsadviseur werkzaam in de geestelijke gezondheidszorg. In 2016 maakten hij en zijn vrouw Irith alija: ze emigreerden naar Israël, waar hun jongste dochter toen al woonde en hun oudste later volgde. Na een aantal jaren in Herzliya wonen ze nu in Raänana.
< terug
Portret Harry Polak

Het gewone leven

donderdag 23 mei 24, 11:00

Ondanks de akelige oorlog gaat ‘het gewone leven’ door. Afgelopen zondagmorgen werden we opgeschrikt door een groot plakkaat op de voordeur van onze ingang van ons gebouw. De volwassen dochter van de buren op éénhoog was overleden na een ernstige ziekte, zo stond er te lezen. De lewaja (begrafenis) was al achter de rug. Die had op zaterdagavond plaatsgevonden, na sjabbat, om 22.30 uur ’s avonds. Ze woonde met haar gezin elders, dus we kenden haar niet.

Onze buren op éénhoog zijn aardige, wat oudere mensen. Hij maakt vaak grapjes als we hem tegenkomen en zijn vrouw is een schat. Ze vroeg bijvoorbeeld in de coronatijd of we hulp nodig hadden, want ze had ons een tijdje niet gezien. We hadden inderdaad eventjes corona gehad zonder ernstige gevolgen, wat vast te danken was aan onze vaccinaties. Uiteraard hadden we de vereiste quarantaine in acht genomen, dus het klopte wel dat ze ons even gemist had.

We hebben het sowieso getroffen met de buren. Boven, op de vijfde en hoogste verdieping, woont een vriendelijke vrouw met haar man en dochter. Die buurvrouw spreekt heel aardig Nederlands. Dat hadden we eerst niet door, maar op een gegeven moment ontdekten we dat, toen we een praatje maakten. Ze heeft een tijdje in Nederland gewoond.

Direct boven ons woont een Fransman (met vrouw en kinderen) die deel uitmaakt van de bewonerscommissie. Aan hem maken we altijd het maandelijkse onderhoudsbedrag over om het gebouw netjes te houden. We hadden veel met hem te maken vanwege een hardnekkige lekkage in het plafond van onze woonkamer. Die is na jaren gedoe verholpen. Het heeft hem een verstoorde relatie met onze huiseigenaar opgeleverd, maar onze verstandhouding is gelukkig goed gebleven.

Beneden ons woont een alleenstaande man die nauw betrokken was bij de vroegere verbouwing van het gebouw om het aardbevingsbestendig te maken. We komen hem vaak tegen bij de supermarkt en ook in het trappenhuis. Hij is de vrolijkheid zelve en heeft ons wel eens geholpen toen de accu van onze auto opeens leeg was.

Aan de andere kant van het gebouw, bij de andere ingang, woont een charmante Franse vrouw die door een onhandigheid ons een kleine lekkage heeft bezorgd. Ze was één en al bereidwilligheid om de geringe schade te herstellen.

Terug naar de overleden dochter van onze buren. Ze heeft bij de gemeente gewerkt en om die reden wordt de sjiwa (het rouwbezoek) zeer druk bezocht. De burgemeester kwam zelfs langs. Beiden zijn dati (gelovig), maar beslist niet ultra, dus belangrijke onderdelen van de sjiwa zijn het middag- en daarop aansluitende avondgebed.

We zijn op de tweede dag van de rouwperiode bij hen langs geweest. Dat vonden we best lastig vanwege ons gebrekkige Hebreeuws. Je kon merken dat ze het erg waardeerden en we waren opgelucht dat we iets voor hen konden betekenen in deze zware periode. Zij had het duidelijk heel zwaar en hij bleef zich maar verontschuldigen omdat de stoelen voor het rouwbezoek op onze parkeerplaats onder het gebouw zijn gezet.